De kerktoren
In 1607 werd er met de dorpstimmerman Seerp Johanneszn. een contract voor 20 jaar afgesloten vanwege het onderhoud aan ">>>het clockhuijs in onsen toorn".
In 1690 vond een belangrijke torenrestauratie plaats waarbij de toren in de steigers kwam te staan. Dorpssmid Jan Harmens leverde ">>>147 pond ijzer tot vijf ankers en ander ijserwerk aan de toren gebruikt". In 1742 werd de toren weer gerepareerd en in 1799 nam timmerman Riemer Louws de kerk en toren weer onder handen: ">>>1035 car. gl. wegens geleverde steen, kalk, hout en zand aan de toorn, kerk, pastorije, costerije en ringmuur met de verdiende arbeidslonen".
In 1853 werden er plannen gemaakt voor de bouw van een nieuwe toren. In dat jaar maakten de kerkvoogden een reis naar Jutrijp om daar de toren te gaan bekijken.
Tenslotte werd er gekozen uit vier modellen die architect F. Stoett ter tafel waren gebracht.
Tot het jaar 1854 had de kerktoren een zadeldak. Door bouwvalligheid werd de toren afgebroken ">>>tot 10 duim beneden de begane grond". Alleen de muurdelen binnen het bestaande kerkedak bleven staan.
Het "Bestek en Voorwaarden wegens het afbreken der bestaande en het weder opbouwen eener nieuwe dorpstoren te Oosterlittens met de toelevering van alle materialen" is bewaard gebleven.
Het bestek is zeer uitvoerig en hierna nog enkele passages met betrekking tot het kruis op de spits: ">>>voor het kruis welk de aannemer volgens order zal moeten bewerken en plaatsen, zal hij moeten leveren 90 ponden gesmeed zweedsch ijzer. Voorts een pijnappel wijd 40, hoog 30 duimen van best rood koper zwaar 5 pond. De aanwezige haan of windwijzer na de nodigte herstellingen hetwelk voor rekening van Heeren Besteders (kerkvoogden) zal geschieden weder te plaatsen als voren".
De haan op de toren werd dus weer herplaatst. Hij bevat de initialen van 4 kerkvoogden (Abel Wiarda, Jan Peijma, Pier Johanneszn Strikwerda en Doeke Jans. Verder de initialen van dominee Hendrikus Grevenstein en het jaartal 1763.
De toren werd herbouwd door timmerman Johannes Annes Bergsma uit Oosterlittens voor de som van ƒ 5,250,00
Uit de kerkvoogdij-rekeningen blijkt diverse keren opmerkelijk onderhoud aan de kerk en de toren.
In 1603 sloten de kerkvoogden een contract af met leidekker Cornelis Scheltes uit Franeker voor een grote reparatie aan het dak van de kerk en de toren als gevolg van een fikse storm.
In 1853 kreeg de noordkant van de kerk een nieuw "plank- en pandak", in 1858 kreeg de zuidkant een nieuw dak.
In 1902 vond weer een torenrestauratie plaats: "ƒ 1.116,52 aan R. Jonkers voor het herstellen van de toren van juni tot oktober."
De novemberstorm van 1972 veroorzaakte grote schade aan de kerk, met name aan de noordzijde van het kerkedak. De stormschade van ongeveer ƒ 20.000,00 werd niet door de verzekering gedekt. Toen de kerkvoogdij een beroep deed op de inwoners van het dorp om mee te helpen de schuld te vereffenen is hier spontaan op gereageerd en werd er ƒ 12.227,30 opgebracht.
Colofon
J. Oostra. Uit de geschiedenis van Oosterlittens.