Ondernemingen

In Easterlittens is in de loop der jaren een groot aantal bedrijfstakken aanwezig geweest. De gunstige ligging van Easterlittens bij een kruispunt van belangrijke vaarverbindingen (Leeuwarden-Bolsward en Franeker-Sneek) is er de oorzaak van dat er al in het begin van de 17e eeuw een scheepshelling werd gesticht. Om dezelfde reden heeft Easterlittens gedurende lange tijd veel beurtschippers onder haar bevolking gehad. Later werden twee autobusbedrijven opgericht en twee transportbedrijven.

Verder waren in Easterlittens gevestigd: smederijen, timmerwerkplaatsen, wagenmakerijen, een houtzaagmolen, een korenmolen, bakkerijen, vellenbloterijen, wolkammers, herbergen en de zuivelfabriek. Daarnaast waren in Easterlittens een aantal chirurgijns en doktoren te vinden.


Uitgelichte vensters

Op de hoek van de Frjentsjerter Feart en de Boalserter Feart werd een zuivelfabriek voor boter- en kaasbereiding gebouwd. Deze fabriek is op 1 januari 1889 in bedrijf gesteld. De fabriek van de nv Koninklijke Nederlandse Maatschappij van kaas- en roomboterfabrieken gaf veel werkgelegenheid en reuring in het dorp. Het huis Huylckensteinstrjitte 41 was de vroegere directeurswoning van de zuivelfabriek. In het grootste gedeelte woonde de directeur en in het kleinste gedeelte woonde de adjunct-directeur. In het huis hier tegenover, Huylckensteinstrjitte 24, woonde vroeger de boekhouder van de zuivelfabriek. In de Tweede Wereldoorlog had de direkteur van de melkfabriek, de heer A. Stuit, een turf-hol in het turfhok. De fabriek werd gestookt op turf en in het hok waar de turf lag, was een ruimte gemaakt voor een paar mensen. Deze ruimte werd gevuld met jonge mannen die op de fabriek werkten. De oorlogsmachine van de Duitsers draaide volop. Er moesten steeds nieuwe mensen, met gevaar voor eigen leven, gevonden en geplaatst worden te Duitsland. Dit noemden de Duitsers tewerkstelling. Een levensgevaarlijke onderneming waaraan de jonge Friese mannen totaal geen behoefte aan hadden. Dus verzonnen de Duitsers invallen op plaatsen waarvan zij wisten dat er jonge mensen werkten. Op deze manier werden de jonge mannen opgepakt en naar Duitsland vervoerd. Nu zat in Wommels een bevriende postkantoorhouder. Wanneer hij vernam dat er een razzia op touw werd gezet, belde hij snel naar het Easterlittenser postkantoor. Daar werd de postkantoorhouder op de hoogte gebracht van de komst van de Duitsers. Deze belde weer snel naar de directeur van de melkfabriek, waarop de directeur naar buiten draafde en op een fluitje blies. Snel kwam er een aantal jonge mannen naar het turfhok gespurt om zich daar voor onbepaalde tijd te verstoppen. Zo bleven de jonge mannen uit handen van de Duitsers. Wanneer dan de Duitsers arriveerden op de melkfabriek en geen jonge mannen konden vinden, gaf de directeur de Duitsers boter en melk, om ze maar tot vriend te houden. Tijdens en na de oorlog was de algemene opinie dat de directeur ‘fout’ was in de oorlog. Na de oorlog werd pas duidelijk dat de directeur drie Joodse onderduikers in zijn huis, op zolder, had verstopt. Deze onderduikers zijn later - veilig - naar Amerika geëmigreerd. Deze directeur heeft vele mensen veilig de oorlog door geholpen. Na deze directeur kreeg de zuivelfabriek een andere directeur, de heer Faber. Tegenover de zuivelfabriek hadden de arbeiders ‘onder’ directeur Stuit een volkstuintje op de plek waar nu nieuwe huizen zijn gebouwd (Tsjerkelânsleane). Hier verbouwden ze de broodnodige aardappelen en groenten. Tijdens en na de oorlog was er gebrek aan alles. Om zichzelf en een gezin te kunnen voeden, werkten vele arbeiders met veel plezier op de tuintjes. Maar na de wisseling van de directeuren veranderde het een en ander. De nieuwe directeur vond dat werk op de tuintjes niet goed. Ze waren dan vast uitgeput en moe van dat werken op de tuintjes en konden dus niet meer zo hard voor hem werken. De directeur verbood het de arbeiders om te werken op hun volkstuintjes. Dit pikten de arbeiders niet. Er kwam een opstand onder de arbeiders. Schoorvoetend moest de nieuwe directeur zijn besluit terug draaien. Er is eenmaal dorpsfeest gevierd op het terrein van de zuivelfabriek. Er lag een oude man op sterven, net in de week dat het Dorpsfeest gevierd ging worden. Hij woonde in een huisje  aan It Plein. It Plein was dé plaats waar het hele feest zich ging afspelen. Dat kon natuurlijk niet. Van de oude man moest het feest gewoon doorgaan. Maar onder ‘zijn slaapkamerraam’, dát kon natuurlijk niet. Dus mocht van de directeur van de zuivelfabriek het Dorpsfeest gehouden worden op het fabrieksterrein. Gelukkig, het feest kon doorgaan. En het werd een feest! Het dorp genoot van ‘de Merke’.  Maar de arbeiders van de zuivelfabriek niet minder. Die hingen tijdens de werkzaamheden ook in de zweef en genoten van het feestgedruis. In 1982 sloot de fabriek, na bijna 100 jaar bestaan te hebben. De zuivelfabriek is met een groot feest afgebroken. In 1986 hebben de laatste arbeiders van de zuivelfabriek met voorhamers een begin gemaakt met de sloop. Alleen het ketelhuis en de schoorsteenpijp staan er nu nog. Het ketelhuis is tot woonruimte gemaakt. Op de plek van Huylckensteinstrjitte 26 was eerst een klein boerderijtje, ‘In komelkers spultsje’. Toen dat afgebroken werd, wilden de nieuwe bewoners het is de oude stijl weer opbouwen. Dat mocht niet van de gemeente, dus is het huis nieuw gebouwd.

De herberg die destijds het meest tot de verbeelding sprak was de water- en ijsherberg Huylckenstein. De herberg zal omstreeks 1509 gebouwd zijn toen de Boalserter Feart is gegraven en aan de noordzijde van het dorp een kruispunt van waterwegen ontstond. Huylckenstein bestond uit een dubbele woning, het noordoostelijke deel was als woning annex herberg met koemelkerij in gebruik. De stad Bolsward had in verband met de voorbereidingen tot de aanleg van een trekweg langs de Boalserter Feart belangstelling voor Huylckenstein gekregen. Het stadsbestuur kocht de herberg op 20 juli 1648. Toen de trekweg gereed kwam werd Huylckenstein door de stad Bolsward als tolhuis in gebruik genomen. Tegelijkertijd werd er een tol ingesteld te Burgwerd en op Hoptille. In de 17e en 18e eeuw ging het reizigersverkeer vaak met de trekschuit. Het stadsbestuur van Bolsward exploiteerde samen met het stadsbestuur van Workum een trekdienst op Leeuwarden. Op Huylckenstein was een stalling van paarden en de trekschuit wisselde er van paarden, dus ongeveer halverwege de reis Leeuwarden-Bolsward. In 1886 vond op verzoek van het stadsbestuur van Bolsward de verkoop plaats van de tolhuizen te Easterlittens en Hilaard. De verkoop van de tolhuizen geschiedde in een periode dat de trekschippers en tolbazen concurrentie kregen van de tram. Huylckenstein is in het jaar 1931 door de provincie aangekocht en in het jaar 1932 afgebroken, waarna in hetzelfde jaar de omlegging van een stukje van de Boalserter Feart plaatsvond. Daarmee was een karakteristiek en zeer oud hoekje van Easterlittens voorgoed verdwenen.



Nomineer een onderwerp voor deze dorpscanon